Bestraffing van ribaa

Bestraffing van ribaa

  1. Degenen die transacties met rente aangaan stellen zich bloot aan een oorlog die Allah ﷻ en Zijn boodschapper r hebben uitgeroepen tegen degenen die handelen met ribaa, waarmee zij dus hun vijand worden. Zoals de Qur’an stelt: “Indien jullie dit niet doen, besef dan dat je in [staat van] oorlog verkeert met Allah en Zijn boodschapper. Indien jullie berouw tonen, behoort het [reeds verkregen] kapitaal aan jullie toe. Noch begaan jullie dan onrecht, noch wordt jullie dan onrecht aangedaan.” (Soera al Baqara 2:275) Een dergelijke oorlog zal zeker een verwoestende fysieke en psychologische uitwerking hebben. De verschillende vormen van diepgewortelde ongerustheid en depressie waar mensen tegenwoordig aan lijden, zijn zeker een teken van een dergelijke oorlog die Allah heeft uitgeroepen tegen degenen die ongehoorzaam zijn door transacties met rente aan te gaan. De gevolgen van deze oorlog zullen in het hiernamaals onvoorstelbaar veel erger zijn.
  2. De genade van Allah zal ontzegd worden aan degenen die transacties met rente aangaan op wat voor manier dan ook. Jaabir ibn ‘Abdullah t overleverde: “De boodschapper van Allah r vervloekte de persoon die rente aanvaardde, degene die het gaf, degene die het vastlegde en de twee getuigen ervan.” Hij r zei: “Het zijn allemaal zondaren.” (Sahieh al Muslim: 1598)
  3. Ze zullen op de Dag des Oordeels opgewekt worden op een dermate onooglijke manier dat ze zullen rondstrompelen, met schokkend en schuddend lijf, als iemand die lijdt aan waanzin of epilepsie. Zoals de Qur’an zegt: “Degenen die rente eten [verteren] kunnen niet [uit hun graven] verrijzen dan alleen zoals degene die door de aanraking van de satan is neergeslagen.” (Soera al Baqara 2:275)
  4. Winst die gemaakt is uit transacties met rente, hoe groot het ook mag lijken, zal zonder enige zegening zijn. Degenen die gebruik maken van dergelijke winst zullen geluk noch gemoedsrust vinden. Zoals de Qur’an vermeldt: “Allah doet de rente teniet en vermenigvuldigt [het profijt] van liefdadige bedragen.” (Soera al Baqara 2:276)