De betekenis van aanbidding (‘ibaada)

Het Arabische woord ‘ibaada omvat alle woorden en daden waar Allah ﷻ van houdt en die Zijn goedkeuring hebben, Zijn geboden of aanbevolen daden en woorden. Het bevat zowel openbare daden als het gebed, de zakaat of de bedevaartstocht; als ook de verborgen vormen van aanbidding, zoals liefde voor Allah en Zijn Boodschapper r, angst en ontzag voor Allah, vertrouwen op Hem en het zoeken van Zijn hulp.

 

Aanbidding omvat alle aspecten van het leven

 

Aanbidding omvat alle daden van een gelovige wanneer deze de bedoeling heeft om er dichterbij Allah ﷻ mee te komen. Het concept van aanbidding in islam is daarom niet beperkt tot de algemene rituelen zoals het gebed en vasten. Het bevat daarentegen alle nuttige daden die worden verricht met goede bedoelingen. Op die manier worden alle goede daden van een moslim beschouwd als daden van aanbidding waarvoor hij beloond zal worden in het hiernamaals. Als hij bijvoorbeeld eet, slaapt of drinkt met de intentie om sterker te worden zodat hij gehoor kan geven aan de wil van Allah, zal hij beloond worden voor die intentie. Met andere woorden, een moslim leeft zijn gehele leven voor Allah. Hij eet om sterker te worden zodat hij Allah kan gehoorzamen, huwt om weg te blijven van ongeoorloofde seksuele handelingen, zoekt kennis, behaalt een universitaire graad, doet ontdekkingen, zorgt voor diens partner, kinderen en thuis – dit zijn allen daden van aanbidding, wanneer ze gekoppeld zijn aan de juiste intentie.

De reden achter de schepping van de djinn en de mensheid

Allah ﷻ zegt: “En Ik heb de djinn en de mensen alleen geschapen opdat zij Mij aanbidden. Ik wens geen voorzieningen van hen, noch wens Ik dat zij Mij voeden. Inderdaad, Allah is de Voorziener, de Bezitter van de Sterkste Macht, de Standvastige.” (Soera adh Dhaariyaat 51:56-58)

Allah ﷻ vertelt ons in dit vers dat djinn en mens zijn geschapen om Hem te aanbidden. Hij heeft hun aanbidding echter niet nodig. Integendeel: zij hebben hun aanbidding van Hem nodig omdat zij totaal afhankelijk zijn van Hem.

Als de mens zijn plicht jegens zijn Schepper vergeet en zich overgeeft aan het wereldse plezier zonder de goddelijke reden van zijn bestaan te overdenken, wordt hij net als al die andere schepsels zonder welk voorrecht boven welk ander schepsel dan ook. Dieren eten en vermaken zich ook, maar zij zullen niet ter verantwoording worden geroepen op de Dag des Oordeels zoals de mens: “En degenen die Allah afwijzen maken plezier [in dit leven] en eten [van de voorzieningen] net zoals het vee eet, en het vuur is hun verblijfplaats.” (Soera Mohammed 47:12). Door de plicht jegens hun Heer te veronachtzamen, zijn zij net als dieren, maar in tegenstelling tot dieren zullen zij worden gestraft voor hun ongehoorzaamheid omdat zij, in tegenstelling tot dieren, zijn begiftigd met verstandelijke vermogens.

De pilaren van aanbidding

Aanbidding of ‘ibaada is enkel geldig wanneer het alleen en met oprechtheid aan Allah wordt gericht en wanneer het in overeenstemming is met de soenna van Zijn Boodschapper

Het soort aanbidding dat Allah heeft voorgeschreven is gevestigd op twee belangrijke pilaren:

De eerste pilaar: totale nederigheid en vrees De tweede pilaar: complete liefde voor Allah ﷻ

Daarom dient de door Allah aan Zijn dienaren voorgeschreven aanbidding (‘ibaada) vergezeld te worden van (1) totale overgave aan en nederigheid voor Allah met vrees voor Hem en (2) totale liefde voor Hem, door alleen Hem te vragen, aan te roepen en te smeken.

Liefde die niet gepaard gaat met vrees, zoals de liefde voor eten en welvaart, kan niet als aanbidding worden beschouwd. Tegelijkertijd kan vrees die niet gepaard gaat met liefde, zoals vrees voor een woest beest of een tirannieke heerser, niet beschouwd worden als aanbidding. Voor de verwezenlijking van aanbidding in een handeling, moeten zowel vrees als liefde worden verwezenlijkt, en dit kan alleen aan Allah gericht worden.

 

Voorwaarden van aanbidding

Aanbidding of ‘ibaada is enkel geldig wanneer het aan twee voorwaarden voldoet:

 

Oprechtheid: het moet met oprechtheid aan niets of niemand anders worden gericht dan Allah.

Soenna: het volgen van de leiding van de Boodschapper van Allah r.

De Qur’an benadrukt dit punt: “Welzeker! Wie zijn gezicht in [volle] overgave tot Allah wendt en goed doet, ontvangt zijn beloning bij Allah. Voor hen bestaat geen vrees, noch behoeven zij verdrietig te zijn.” (Soera al Baqara2:112)

De bepaling ‘wie zijn gezicht in [volle] overgave tot Allah wendt’ houdt in dat iemand zich bewust is van de essentie van monotheïsme en alleen Allah aanbidt.

De woorden ‘en goed doet’ houden in dat deze persoon de regelgeving van Allah en de soenna van Zijn Boodschapper r volgt.

Het is belangrijk om op te merken dat het volgen van de leiding van de Profeet r hier enkel verwijst naar de pure daden van aanbidding, zoals bidden, vasten en het gedenken van Allah. Het verwijst hier niet naar de handelingen die vallen onder de algemene betekenis van aanbidding (‘ibaada), d.w.z. die handelingen en praktijken die iemand doet met een goede intentie om beloond te worden door Allah, zoals trainen om fysiek sterker te worden zodat je Allah beter kunt aanbidden, of een handeltje beginnen zodat iemand zijn familie beter kan onderhouden. Bij dergelijke activiteiten dien je er alleen zeker van te zijn dat je niet ingaat tegen specifieke leerstellingen van de Profeet r of dat je een verboden handeling begaat.