Het reizigersgebed

Het reizigersgebed

  • Wanneer een reiziger van de ene naar de andere plaats reist of gedurende een tijdelijke verblijf dat minder dat minder dan vier dagen is, mag een reiziger de gebeden van vier raka’at inkorten tot twee. Dan verricht je dus twee gebedseenheden (raka’at) in plaats van vier voor het middaggebed (dhuhr), het namiddaggebed (‘asr) en het late avondgebed (‘ishaa’), tenzij je achter een plaatselijke imam bidt want dan dien je deze te volgen.
  • Je mag de vrijwillige gebeden achterwege laten die je regelmatig rond de verplichte gebeden (as-sunan ar-rawaatib) verricht, met uitzondering van het vrijwillig gebed van fajr.
  • Je mag het middaggebed (dhuhr) en het namiddaggebed (‘asr) combineren, zo ook het gebed van de zonsondergang (maghrib) en van de late avond (‘ishaa’), op de tijd van elk van deze gebeden. Dit dient om de lasten van het reizen te verlichten.