Islamitische oorlogsethiek

Islamitische oorlogsethiek

  1. Islam gebiedt rechtvaardigheid ten opzichte van niet-moslims en waarschuwt ertegen om hen te benadelen. De Qur’an zegt: “En laat niet de vijandschap van een volk jullie ertoe brengen onrechtvaardig te handelen. Handel rechtvaardig: dat ligt dichter bij vroomheid.” (Soera al Maa’ida 5:8) Dat wil zeggen: laat je vijandschap er niet toe leiden dat je grenzen overschrijdt en je jezelf afwendt van rechtvaardigheid in woord of daad.
  2. Wanneer je onderhandelt met de vijand, zijn verraderlijkheid en verraad ten strengste verboden. Islam verbiedt verraad en verraderlijkheid zelfs wanneer dit tegen de vijand is gericht. Zoals de Qur’an stelt: “Allah houdt niet van de verraders.” (Soera al Anfaal 8:58)
  3. Verminking van vijanden of overledenen is ten strengste verboden. Het verminken van lijken is ten strengste verboden en absoluut niet toegestaan. Zoals de Profeet r eens beval: “Vermink geen mensen.” (Sahieh Muslim: 1731)
  4. Het is verboden om mensen die niet bij de strijd betrokken zijn te doden, de natuurlijke omgeving te verwoesten of verderf in het land te zaaien. Abu Bakr As Siddieq t, de eerste rechtgeleide kalief en de beste metgezel van de Profeet r, stuurde een militaire expeditie naar de noordelijke grenzen van het Romeinse rijk. Hij sprak de leider, Usaamah ibn Zayd t, aan en zei: “Laat je leger geen jonge kinderen, oude mensen of vrouwen doden. Ontwortel of verbrand geen palmbomen en hak geen fruitbomen om. Slacht geen schapen, koeien of kamelen, behalve om te eten. Je zult mensen tegenkomen die als kluizenaar zijn gaan leven: laat hen zodat zij het doel kunnen behalen waarvoor zij dat zijn gaan doen.” (Tariekh Ibn ‘Asaakir, vol. 2, blz. 50)