Jagen volgens islamitische wetgeving

Jagen volgens islamitische wetgeving

Het is moslims toegestaan om op (toegestane) dieren en vogels te jagen die niet makkelijk gevangen en geslacht kunnen worden. Dit omvat dieren die geen vlees eten zoals herten en wilde konijnen.

Er moet aan een aantal voorwaarden voldaan worden als er op wilde dieren gejaagd wordt, waaronder de volgende:

  1. De jager dient bij zijn volle verstand te zijn en deze handeling te verrichten vanwege de oorspronkelijke bedoeling. Daarom is wild niet toegestaan (niet halal) waarop gejaagd is door een heiden of door iemand die niet bij zijn volle verstand is.
  2. Het wild moet behoren tot een categorie van dieren die niet eenvoudig geslacht kan worden omdat ze wegrennen van mensen. Echter, als het dier wel geslacht kunnen worden, zoals bij schapen en kippen, dan is het niet toegestaan om erop te jagen.
  3. Het jachtwapen moet dodelijk zijn vanwege de scherpte, zoals een pijl of een kogel. Vlees van dieren die gedood zijn met iets anders, bijvoorbeeld iets dat dodelijk is vanwege het gewicht, zoals een steen, is niet toegestaan om te eten, behalve wanneer het dier geslacht kan worden voor het sterft.
  4. De naam van Allah dient uitgesproken te worden wanneer het jachtwapen afgeschoten wordt.
  5. Als het wild waarop gejaagd werd nog steeds leeft, moet het direct geslacht worden.
  6. Jagen is in islam alleen toegestaan wanneer het noodzakelijk is om te kunnen eten. Het leven nemen van een dier uit overweging van sport, zonder de bedoeling te hebben om ervan te eten of er ander nut van te hebben, is verboden.