- Shirk gaat in tegen het geloof dat alleen Allah het waard is om aanbeden te worden. Het geloof dat alleen Allah het waard is om aanbeden te worden en dat alle daden van aanbidding aan Hem gericht moeten worden, zijn de grootste en belangrijkste plichten van een moslim naar diens Heer. Shirk, daarentegen, wordt beschouwd als de grootste zonde ten aanzien van Allah en als de enige zonde die nooit wordt vergeven zonder oprecht berouw. De Qur’an zegt hierover: “Allah vergeeft niets als aan Hem gelijken worden toegekend. Afgezien daarvan, vergeeft Hij wie Hij wil.” (Soera an Nisaa’4:48) Toen de Profeet r werd gevraagd over de grootste zonde ten aanzien van Allah, antwoordde hij: “Om iets of iemand naast Hem te plaatsen als rivaal in aanbidding, terwijl alleen Hij jou geschapen heeft.” (Sahieh al Bukhari: 4207 en Sahieh Muslim: 86)
- Shirk maakt daden van aanbidding zeker waardeloos en ongeldig, zoals de Qur’an vermeldt: “En indien zij gelijkwaardigen naast Hem hadden aanbeden, zou alles wat zij hebben gedaan tevergeefs zijn geweest.” (Soera al An’aam 6:88) Degenen die de onvergeeflijke zonde van shirk begaan zullen voor de eeuwigheid gedoemd tot het hellevuur zijn. Zoals de Qur’an vermeldt: “Voor degene die anderen met Allah vereenzelvigt, voor hem heeft Allah de tuin verboden. En het vuur is zijn bestemming.” (Soera al Maa’ida 5:72)
Shirk bestaat uit twee vormen: grote shirk en kleine shirk.
- Grote shirk: dit omvat het wijden van welke manier van aanbidding dan ook, aan iets of iemand anders dan Allah. Daarom getuigt het wijden van woorden en daden waar Allah van houdt aan Hem alleen, van monotheïsme en het ware geloof. Echter, deze woorden en daden wijden aan een ander dan Allah is een daad van ongeloof en shirk.
Voorbeelden van dit type shirk zijn: iemand anders dan Allah vragen om je te genezen van een ziekte of je welvaart te schenken; vertrouwen op iets of iemand anders dan Allah; jezelf ter aarde werpen voor iets of iemand anders dan Hij.
Allah zegt: “Jullie Heer zei: ‘Roep Mij aan, Ik beantwoord jullie.’” (Soera al Ghaafir 40:60)
“En stel jullie vertrouwen in Allah, indien jullie gelovig zijn.” (Soera al Maa’ida 5:23) “Kniel dan voor jouw Heer en aanbid [Hem].” (Soera al Najm 53:62)
Voor iemand die welke daad van aanbidding dan ook wijdt aan iets of iemand anders dan Allah, geldt dat deze persoon strikt genomen een ongelovige is.
- Kleine shirk: dit omvat de woorden en daden die leiden naar het begaan van grote shirk
Voorbeelden van dit type shirk zijn het langer maken van het gebed of het luider reciteren van de Qur’an om ermee te pronken. De Profeet r merkte eens op: ‘Wat ik het meest voor jullie vrees is de kleine shirk.’ Zijn metgezellen vroegen: ‘wat is kleine shirk, Boodschapper van Allah?’ Hij antwoordde: ‘pronken.’ (Musnad Ahmad:23630)
Echter, wanneer iemand een daad van aanbidding alleen verricht om gezien te worden; wanneer het gebed of het vasten niet verricht zouden worden als de mensen niet zouden kijken, dan is deze persoon zeker een hypocriet. Dit valt onder grote shirk waarmee iemand zichzelf buiten islam plaatst.
Valt het vragen van mensen onder het begaan van shirk?
Het doel van islam is om de menselijke geest te bevrijden van de ketenen van bijgeloof en om zich over te geven aan niemand anders dan de Enige Ware God – Allah I.
Het is daarom niet toegestaan om de doden of om de levensloze schepping om iets te vragen of je aan hen over te geven. Wanneer je dit wel doet is dit simpelweg bijgeloof en een onverholen daad van shirk.
Het is echter wel toegestaan om de levenden te vragen om de hulp waartoe zij in staat zijn, bijvoorbeeld om je te redden wanneer je verdrinkt of om hen te vragen om voor ons tot Allah te bidden.
- Is het toegestaan om iets te vragen van een dood persoon of van het levenloze gedeelte van de schepping?
- Ja => Dit is een onverholen daad van shirk die ingaat tegen islam en geloof (imaan) omdat de doden en het levenloze deel van de schepping niet in staat zijn om gebeden te horen of, wanneer ze de gebeden wel kunnen horen, om deze te verhoren. Het aanroepen of smeken is een daad van aanbidding en wanneer je deze aan een ander dan Allah richt is dit een daad van shirk. De Arabische polytheïsten uit de pre-islamitische tijd riepen vaak de doden en het levenloze deel van de schepping aan.
- Nee => We kunnen enkel de levenden die ons verzoek kunnen horen om hulp vragen. Zijn ze echter in staat om jouw verzoek te kunnen inwilligen? Met andere woorden: behoort het tot hun mogelijkheden?
- Ja => Dit is toegestaan en wordt beschouwd als een van de mogelijke vormen van dagelijkse, menselijke interactie.
- Nee => De levenden vragen om iets te doen wat zij onmogelijk kunnen doen is een vorm van grote shirk die ingaat tegen islam, omdat het neerkomt op het aanroepen van iemand naast Allah. Een voorbeeld hiervan is wanneer iemand die onvruchtbaar is, een ander persoon zou vragen om rechtschapen kinderen.

