Onrechtvaardigheid en het onrechtmatig verkrijgen van andermans bezit

Onrechtvaardigheid en het onrechtmatig verkrijgen van andermans bezit

De onrechtmatige toe-eigening van het bezit van andere mensen, hoe klein dit ook mag zijn, wordt in islam beschouwd als één van de meest afgrijselijke daden.

Onrechtvaardigheid is een van de gruwelijkste daden waartegen islam krachtig heeft gewaarschuwd. De Profeet r heeft in dit verband gezegd: “Pas op met onrechtvaardigheid, want, voorwaar, onrechtvaardigheid zal duisternis zijn op de Dag des Oordeels.” (Sahieh Al Bukhari: 2315 en Sahieh Muslim: 2579) Islam beschouwt de daad van het innemen van andermans bezit op onrechtmatige wijze, hoe klein dit bezit ook moge zijn, als een van de meest verfoeilijke zonden en waarschuwt degenen die dit doen dat er een zware bestraffing op staat in het hiernamaals. Zoals de Profeet r zei: “Als iemand een spanwijdte aan land onrechtmatig inneemt, dan zal dit ter omvang van zeven aarden om diens nek worden gebonden op de Dag des Oordeels.” (Sahieh al Bukhari: 2321 en Sahieh Muslim: 1610)

 

Voorbeelden van vormen van onrecht in zakelijke transacties:

    1. Dwang: een transactie die verricht wordt onder dwang maakt het contract ongeldig. Wederzijdse instemming van de partijen die deelnemen aan het contract is een noodzakelijke voorwaarde voor de geldigheid van een zakelijke transactie. Zoals de Profeet r ooit opmerkte: “Een verkoop is slechts een verkoop als het plaatsvindt met wederzijdse instemming.” (Sunan Ibn Maajah: 2185)
    2. Oneerlijkheid: Andere mensen misleiden om zo hun bezit onrechtmatig toe te eigenen is één van de grote zonden. Zoals de Profeet r heeft gezegd: “Wie ons bedriegt is niet één van ons.” (Sunan at Tirmidhi: 1315) Toen de Profeet r op een dag op de markt liep, passeerde hij een hoop voedsel waar hij zijn hand in stopte. Hij voelde water op zijn vingers, draaide zich om naar de verkoper en zei: “Wat is dit?” “Het is buiten in de regen achtergelaten, boodschapper van Allah,” antwoordde deze. “Waarom stop je het natte voedsel niet boven op de stapel, zodat de mensen het kunnen zien?” De Profeet r zei met afkeuring in zijn stem: “Wie ons bedriegt is niet één van ons.” (Sunan at Tirmidhi: 1315)
  1. Manipulatie van de wet: wanneer sommige geslepen mensen hun zaak voor de rechtbank presenteren, spreken zij met honing in hun stem en op een overtuigende manier om andermans bezit op onrechtmatige wijze toe te eigenen, waarbij zij zichzelf niet realiseren dat, zelfs wanneer de rechter in hun voordeel oordeelt, hij niet van valsheid waarheid kan maken. De Profeet r zei eens tegen zijn metgezellen: “Ik ben slechts een mens. Wanneer rechtzoekenden naar mij komen om hun geschillen te slechten, kan het zijn dat één van jullie zijn zaak met meer welbespraaktheid voorlegt dan zijn tegenstander, waardoor ik hem gelijk geef en in zijn voordeel oordeel op basis van wat ik heb gehoord. Als ik ooit per ongeluk gelijk geef aan een moslim [terwijl deze weet dat hij geen gelijk heeft], dan moet degene die ongelijk heeft niets nemen, want ik geef hem dan eigenlijk een gedeelte van het vuur.” (Sahieh al Bukhari: 6748 en Sahieh Muslim: 1713)
  2. Omkoperij: omkoperij houdt in dat er een som geld wordt gegeven of dat er een dienst wordt verricht, om het oordeel of gedrag van iemand te beïnvloeden die een positie van vertrouwen heeft, om zo iets op illegale wijze te verkrijgen. Islam beschouwt omkoperij als één van de meest afgrijselijke vormen van onrecht en als één van de gruwelijkste zonden. De Profeet r ging zelfs zover dat hij degenen vervloekte die steekpenningen gaven en degenen die ze accepteerden. (Sunan at Tirmidhi: 1337)

Als omkoperij wijd verspreid raakt, vernietigt het de structuur van de maatschappij en tast het de ontwikkeling en voorspoed ervan aan.

Wat is islamitische regelgeving met betrekking tot een persoon die het bezit van mensen heeft afgenomen voordat hij islam heeft aangenomen?

Als je moslim wordt terwijl je in het bezit bent van geld dat je verkregen hebt ten gevolge van bedrog of geweld, bijvoorbeeld door diefstal of verduistering, dan dien je het terug te geven aan de rechtmatige eigenaren wanneer je weet wie dit zijn en als het mogelijk is om dit te doen zonder jezelf op wat voor wijze dan ook schade toe te brengen.

Zelfs als je dit onrecht hebt gepleegd voordat je moslim bent geworden, moet je het geld teruggeven dat je op onrechtmatige wijze van de rechtmatige eigenaren hebt verkregen en dat nog steeds in je bezit is. Zoals de Qur’an stelt: “Allah beveelt jullie het toevertrouwde aan de rechthebbenden te overhandigen.” (Soera an Nisaa’ 4:58)

Als je echter niet weet wie de rechtmatige eigenaren zijn, nadat je dit op alle mogelijke manieren hebt geprobeerd te achterhalen, kun je er vanaf komen door het weg te geven aan een liefdadigheidsinstelling.