Oprecht berouw (tauba)

Oprecht berouw

Berouw (tauba) betekent dat iemand zich ‘oprecht naar Allah wendt.’ Een berouwvol persoon is degene die zonden en ongeloof opgeeft en zich berouwvol tot Allah wendt.

Een moslim heeft er behoefte aan om zich, in praktisch alle stadia van zijn of haar leven, berouwvol tot Allah te wenden en om Zijn vergiffenis te zoeken. Omdat fouten maken simpelweg menselijk is, dient een moslim, elke keer wanneer deze een zonde begaat, berouw te tonen en Allah om vergeving te vragen.

Wat zijn de voorwaarden voor oprecht berouw?

Om geldig te zijn, dient berouw, voor alle zonden inclusief ongeloof en shirk, te voldoen aan een aantal voorwaarden, waaronder de volgende:

  1. Direct stoppen met de zonde.

Oprecht berouw tonen voor een zonde gaat niet samen met het opzettelijke verlangen om deze zonde nogmaals te verrichten. Het is onmogelijk dat dit berouw wordt aanvaard. Als de zonde echter wordt verricht nadat iemand oprecht berouw heeft getoond, dan zal zijn eerdere berouw nog steeds geldig zijn, maar hij zal zijn berouw moeten ‘verversen.’

  1. Diepe droefheid en spijt voelen vanwege het verrichten ervan.

Waar berouw kan niet plaatsvinden zonder diepe wroeging te voelen voor het verrichten van de zonde. Iemand die praat over de zonden uit zijn verleden en opschept over het verrichten ervan, wordt niet als berouwvol beschouwd. Zoals de Profeet r eens zei: “Wroeging is berouw.” (Sunan Ibn Maajah: 4252)

  1. Oprecht voornemen om deze zonde niet meer te begaan.

Oprecht berouw kan niet plaatsvinden als een berouwvol persoon van plan is om de zonde nog een keer te verrichten.

Stappen om doorzettingsvermogen te verkrijgen

  • Jezelf de belofte doen om de zonde niet te herhalen, onder geen enkele omstandigheid of vanwege geen enkel obstakel, zelfs niet voor een korte duur. Zoals de Profeet r zei: “Wie de volgende drie eigenschappen bezit, zal het genoegen smaken van de zoetheid van geloof.” Van deze drie eigenschappen, noemde hij “afkeer hebben om terug te keren naar een staat van ongeloof (kufr) nadat Allah hem ervan gered heeft, net zoveel als hij er afkeer van zou hebben om in het vuur gegooid te worden.” (Sahieh al Bukhari: 21 en Sahieh Muslim: 43)
  • Wegblijven van mensen en plaatsen die zeker je geloof doen verminderen en je verleiden om zonden te verrichten.
  • Herhaaldelijk Allah ﷻ in elke taal en vorm smeken om je op het rechte pad te houden en om je vast te laten houden aan islam tot aan je dood. Voorbeelden uit de Qur’an en soenna zijn de volgende:
    • Rabbanaa laa toezigh qoeloebanaa ba’da idh hadaytanaa (Onze Heer, laat onze harten niet afdwalen nadat U ons geleid heeft). (Soera Aal ‘Imraan 3:8)
    • Yaa moeqallibal qoeloeb, Thabbit qalbie ‘alaa dienik (O Allah, Beheerder van harten, laat mijn hart zich stevig vasthouden aan Uw religie). (Sunan at Tirmidhi: 2140)

Wat gebeurt er na berouw?

Als iemand zich berouwvol tot Allah wendt, zal Allah ﷻ zeker zijn zonden vergeven, ongeacht hoe ernstig deze zijn, want Zijn barmhartigheid “omvat alle dingen.” (Soera al A’raaf 7:156) De Qur’an zegt: “Zeg: ‘O Mijn dienaren die buitensporig ten opzichte van zichzelf hebben gehandeld, wanhoop niet aan de genade van Allah. Allah vergeeft alle zondes. Hij is zeker de Vergevingsgezinde, de Genadevolle.’” (Soera az Zoemar 39:53)

Nadat iemand oprecht berouw heeft getoond aan Allah, zal Allah ﷻ hem zeker genade schenken en zijn zonden vergeven. Bovendien zal Hij hem immens belonen: zijn slechte daden zullen worden omgezet in goede daden. Zoals de Qur’an stelt: “Behalve degenen die berouw hebben en geloven en goede daden verrichten. Voor hen verandert Allah hun slechte daden in goede daden. Allah is vergevensgezind, Genadevol.” (Soera al Foerqaan 25: 70)

Omdat dit zeker een immense beloning is, zou een verstandig iemand dergelijk berouw moeten ‘onderhouden’ en zich geen moeite moeten besparen om in satans valkuil te vallen, iets dat een negatief effect op zijn geloof zal hebben.

Zoetheid van geloof

Degenen die meer van Allah ﷻ en Zijn boodschapper r houden dan van wie of wat dan ook, zijn degenen die zeker de zoetheid van geloof zullen proeven, die diepe gemoedsrust zullen ervaren en het genoegen zullen hebben om de nabijheid van Allah te ervaren. Evenredig aan hun nabijheid tot Allah en hun toewijding aan islam, is hun afkeer om terug te keren naar een staat van ongeloof, net zoals zij afkerig zijn om in het hellevuur bestraft te worden. De Profeet r zei: “Wie de volgende drie eigenschappen bezit, zal het genoegen smaken van de zoetheid van geloof: (1) dat Allah en Zijn boodschapper hem dierbaarder zijn dan al het andere; (2) dat zijn liefde voor anderen enkel is omwille van Allah; en (3) dat hij afkeer heeft om terug te keren naar een staat van ongeloof (kufr) nadat Allah hem ervan heeft gered, net zoveel als hij er afkeer van zou hebben om in het vuur gegooid te worden.” (Sahieh al Bukhari: 21 en Sahieh Muslim: 43)

Een moslim geniet van de zoetheid van geloof wanneer hij net zo afkerig is om terug te vallen in ongeloof als dat hij afkerig is om in het vuur gegooid te worden.